Dit document is een evaluatie / compilatie van verscheidene referenties betreffende Ruisbeek, deelgehucht van Kampenhout, met tot doel de geschiedenis en belangrijkheid van het "Hof van Ruysbeek" te documenteren.
Het huidige centrum van Kampenhout is ontstaan na de aanleg van de Haachtse steenweg die nu als een mes door de gemeente snijdt. Dit is duidelijk te merken op onderstaande kaarten; de kaart links is Ruysbeek in 1771 volgens Ferraris, de kaart rechts is een situatieplan van 1994. Voor meer details van het kasteel en het Hof, klik op onderstaande kaarten.

Levensloop van "Het Hof van Ruysbeek"
De gemeente Kampenhout heeft in de loop der tijden veel veranderingen gekend. Men moet weten dat het gehucht "Ruysbeeck", gelegen langs de huidige Weesbeek, de eigenlijke bakermat van Kampenhout was.
![]() 1771 | ![]() 1994 |
Om een beter idee te krijgen van de levensloop en overlevingsstrijd van het Hof doorheen een bijna acht eeuwen durend bestaan volgen hieronder enkele chronologische situaties in de geschiedenis.
Het "Hof van Ruisbeek" werd voor het eerst vermeld in 1294 en in 1319 als "Hof van Roesbeke" en was toen in het bezit van Willem en Woutere vanden Oudenhoven.
In 1485 was het goed in het bezit van de familie Vandernoot en in een cijnsboek van Wilder uit 1496 wordt duidelijk toegelicht:
In de akte is tevens sprake van een duifhuis, waaruit blijkt dat de hofstede in belangrijkheid de andere omliggende hoven ver overtrof.
Het verhaal vervolgt met Margaretha Hinkaert, die in de echt verbonden werd met Antoon vander Noot, met wie zij een dochter Johanna had, die in een tweede huwelijk de echtgenote zou worden van meester Jan Bourgeois. Moeder en dochter zouden evenwel in 1557 moeten overgaan tot de verkoop van goederen in Wemmel aan hun neef Antoon vander Noot, om de schulden af te betalen die Jan Bourgeois gemaakt had om in de buurt van het Hof van Ruisbeek een nieuw kasteel te bouwen.
Vanaf deze periode wordt het oude Hof van Ruisbeek gedegradeerd tot lanbouwuitbating van het kasteel dat nu alle aandacht kreeg.
Toen het kasteel in 1776 verkocht werd aan de heren van Wilder, was dat ook het geval met bijhorende hofstede aan de Dorpelstraat.
De hofstede overleefde echter het kasteel want rond 1835 vielen het kasteel en de hovingen binnen de onteigeningszone voor de aanleg van een nieuwe steenweg die Brussel met Haacht moest verbinden (Haachtse steenweg).
Na de sloping van het kasteel ging het Hof van Ruisbeek opnieuw zijn gang. De enige overblijfselen van het kasteel zijn dan nog de omliggende grachten, achter het hof (jammer genoeg zijn deze nu verdwenen door aanleg van een ambachtlijke zone achter het hof).
Vóór 1854 moet het Hof hebben toebehoord aan Maria Elisabeth van Keybergh (weduwe van Johannes van Haecht) en Maria Elisabeth van Haecht (echtgenote van Petrus Fransiscus van Orshoven, apotheker); beiden waren echter woonachtig in Loven (Leuven).
Op 12 september 1854 werd het dan verkocht aan Anna Catharina Jaspers, weduwe van Engelbertus Coosemans, via meester Van Bellinghen, notaris ter plaatse.
In 1858 werden ook de weiden, die nog eigendom waren van graaf d'Alcantara, verkocht aan Franciscus Coosemans, zoon van bovengenoemde weduwe.
Het hof bleef toen in handen van de familie Coosemans en schreef daardoor ook geschiedenis als het "Coosemans' pachthof".
Op 17 november 1919 werd het hof openbaar verkocht in 3 afzonderlijke kavels; de koopakte werd verleden ten voordele van de kinderen Coosemans voor Meester L. De Meyer, notaris te Kampenhout .
Een situatieschets van het Hof in 1919 kunt u zien in een kopij van de verkoopakte. (Klik hier of op de figuur voor een uitvergrootte versie)
Later gingen de 3 panden een eigen leven leiden:
| Lot 1(nr 25): | 1949 - eigendom van Louis (de Witte) Liekens |
| 1972 - Jean-Louis en Nadine De Leener-Morisset | |
| 1978 - Christian en Marie Marichal-de Bellefroid | |
| 2000 - Laurence en Frédéric van Dieren | |
| Lot 2 (nr 27): | 1946 - August (zoon van Albertus) en Jeanne De Becker-Van Craenenbroeck |
| Lot 3 (nr 23): | 1986 - Erik en Antoinette Heymans-Trigalet |
Klik hier voor fotos van de hoeve - 1900 tot nu
Voor een tijdssituatie (timeline) van het Hof van Ruisbeek, klik hier.
Leerlooierij te Ruisbeek, met wateraanvoer door de Weesbeek, waarvan het peil geregeld werd door een rijsbalk.
Vanaf 1629 was op de wijk Ruisbeek een oliewatermolen in werking binnen de aanhorigheden van het Hof van Ruisbeek, Dorpelstraat 25, kad. perceel C313, gelegen aan de Weesbeek. Het gebouw werd, volgens een jaarsteen, in 1797 vernieuwd en in 1834 werd de installatie omgebouwd tot rosmolen (door een paard getrokken). Molenaar was toen Joannes Franciscus Jaspers, landbouwer, kort nadien opgevolgd door de weduwe Jan Van Haecht-Van Keybergh.
Dan begint de periode van het "Pachthof Coosemans" (= Hof van Ruisbeek) met de verkoop op 1.8.1854 ervan aan Anna Catharina Jaspers, weduwe van Engelbertus Coosemans, landbouwster. Vervolgens, na haar overlijden, worden de kinderen Coosemans er in 1864 eigenaars van. Op 4.7.1874 gaat bij deling de boerderij met olieslagmolen over op Jan Leopold Coosemans-Jaspers, landbouwer, op 3.5.1884 aan de weduwe en, na haar overlijden, vanaf 6.9.1896 aan de drie kinderen: Anna Maria Coosemans, zonder beroep; Delphina Coosemans en Gustavus Coosemans, beiden minderjarig.
Bij verkoop van 28.11.1919 werd Engelbertus Karel De Becker-Van den Balck, landbouwer, nieuwe eigenaar van een rosmolen, gelegen binnen het Hof van Ruisbeek, kad.perceel C314. Het blijkt dus dat er binnen het Hof 2 rosmolens aanwezig waren. Tijdens de oorlogsjaren 1914-1918 was de molen nog volop actief, maar in 1920 werd alle bedrijvigheid ervan stopgezet.
1 windmolen op het Hoogveld (Ruysbeek) die blijkbaar op het einde van de 18e eeuw wegviel, vermits in 1818 op dezelfde plaats een nieuwe werd opgetrokken.
De herberg 'In den Olifant" die in 1726 een boerderij en een brouwerij bezat, gelegen aan de Dorpelstraat, werd gedeeltelijk onteigend ten voordele van de Haachtse Steenweg. Hier vergaderden meier en schepenen van het Laathof van Coolhem.
In 1795 is Kampenhout opgetekend als gemeente en kantonhoofdstad, departement van de Dijle, tevoren dorp en parochie uit het Hertogdom Brabant, aartsbisdom Mechelen, kwartier van Brussel, met een kasteel. Het betrof een heerlijkheid en hoofdmeierij. Bevolking van ongeveer 2000 zielen, gehuchten inbegrepen (Campelaer, Lange Straete, Ruysbeek, Nieuwegen, Wilder, Relst, de Heyde of la Bruyère).
Gekende gebouwen:
Voortbrengsten: alle soorten granen, weinig weiden en een deel bos.
Op de hoek van de Aarschotsebaan en de Wildersedreef is in 1818 een nieuwe graanwindmolen opgetrokken (perceel C271), met als ingeschreven eigenaar (1834) Joannes Franciscus Jaspers, landbouwer, die tevens de watermolen van Ruisbeek uitbaatte.
Hier ook kwam een mutatie voor ten bate van Maria Elisabeth Van Keybergh, weduwe van Jan Van Haecht.
Vervolgens werd op 1.8.1854 werd de molen verkocht vóór Notaris Van Bellingen aan Jan Baptist Van Ingelgom-Desauw, molenaar. Na zijn dood werd hij opgevolgd door weduwe en kinderen. Tenslotte vanaf 2.2.1900 in het bezit van zijn kinderen.
Als uibater kennen we hier Joannes Prosper Van Ingelgom-Van den Eynde (1863-1929), maalder-herbergier, Dorpelstraat 26, Ruisbeek, die bij akte van verdeling, op 18.1.1901 verleden vóór notaris Swolfs, eigenaar van de molen werd, samen met Willem Hubert Van Ingelgom, molenaar, en vanaf 16.12.1908 alleen wegens akte van afstand, verleden vóór notaris De Meyer.
De molen werd de prooi der vlammen in 1914 en diende in 1915 totaal afgebroken. Het oud molenhuis bestaat nog, palend aan zaal 'Verbroedering'.
Prosper Van Ingelgom vroeg in 1916 machtiging tot oprichten van een maalderij met zuiggasmotor van 10 PK, perceel C263i. Maria Philomena Vanden Eynden, maaldster, weduwe van Jan Prosper Van Ingelgom, zette de bedrijvigheid voort tot haar overlijden op 1 mei 1945.
Tenslotte kennen we nog de naam van Maria Livina Van Ingelgom, die er tot 1955 werkzaam was als molenarin.
Als bewoner van het huidige pand, eertijds gekend als het Hof van Ruisbeek, heb ik de mogelijkheid iets meer te weten te komen over deze vierkantshoeve.
Dank zij de mondelinge verhalen van onze buren Gust De Becker en Jeanne Van Craenebroeck (Dorpelstraat nr 27) kon nog veel informatie achterhaald worden die in geen enkel boek of archief terug te vinden zijn. Jammer genoeg is Gust in de nazomer van 1997 overleden op de gezegende leeftijd van 86 jaar.
De vader van Gust was nog knecht op het "Coosemanshof". De knechten sliepen soms in een soort hangmat boven de paardestallen die nu nog te zien zijn in de tuin van Mr Marichal, eigenaar van het achterste pand nl nr 25.
Het hof werd in 1919 verkaveld en in 3 delen opgesplitst, elk met een grootte van ongeveer 20 aren. Het deel dat wij momenteel bewonen (nr 23) werd aangekocht door Josephus Van Ingelgom. Zijn weduwe Juliana "Linne" Van Ingelgom - Van Steenwinckel overleed in het jaar 1986.
Het pand werd eerder reeds herverdeeld onder haar kinderen zodat toen wij het in 1986 overkochten nog enkel 6 aren van de 20 overbleven; dit behelsde het voorhuis en stallen en een bescheiden tuin achteraan, wel pal in het zuiden gelegen. Verder bleef er ook nog een strook van 2 meter breed die reikte tot het einde van het perceel.
De hoofdingang van de vierkantshoeve is via een poortgebouw met vierkante duiventoren, die vroeger aan voor-en achterkant kapelletjes moeten gehad hebben, deze zijn in de loop der tijd verdwenen.
Tijdens restauratiewerken aan het dak van de toren (1994) was echter duidelijk te merken waar de dakkapelletjes zich moesten hebben gesitueerd.
Het kapelletje aan de straatzijde is nog terug te vinden op oude postkaarten die bestaan van de hoeve; het bestaan van een kapelletje achteraan kon enkel worden bevestigd door Mr. De Becker.
Het torengebouw was vroeger witgekalkt. In de zomer van 1989 werd het echter van zijn kalklaag ontdaan en heropgevoegd. De witte zandstenen negblokken die de zachtrode paepesteen omranden kwamen nu beter tot hun recht met bovenaan een muizetand en boven de met zandsteen omzoomde boogvormige ingangspoort een perkamentvormige druipsteen.
De restauratie van het dak van de duiventoren was noodzakelijk omdat door een voorjaarsstorm in 1993 een gedeelte van de kunststofleien was vernield en er waterinsijpeling was naar een aanpalende muur en zolder. De restauratiewerken aan het dak werden dan voorlopig enkel gedaan aan 1 van de 4 dakzijden; met het oog op een latere restauratie van het gehele dak werd deze reparatie gedaan met natuurleien met een verbluffend resultaat.
In 1994 werd de duiventoren en bijhorende kasseiweg, die eigendom was van Mr De Becker, verkocht aan de familie Heymans-Trigalet en hoort nu toe aan het perceel nr 23. De resterende dakdelen werden dan ook in hun originele staat hersteld t.t.z. volledig met natuurleien.
Architecturale gegevens zijn te vinden op pagina "Architectuur - Hof van Ruisbeek".
In September 1996 was het "Hof van Ruisbeek" voor de 2de maal een succes tijdens de Open Monumentendag en dit door de inzet van Dhr en Mevr. Marichal - de Bellefroid die hun tuin openstelden voor het publiek.
In het september 2000 werd het achteraangelegen pand (lot 1) door de Familie Marichal verkocht aan de familie Van Dieren.
| Sfeerbeelden Monumentendag 1996 | |
|---|---|
|
|
|
|
Naar het schijnt waren de bewoners van het kasteel van Ruysbeeck nogal ijdel en hadden ze behoefte aan een goede nachtrust.
Doordat de wallen rondom het kasteel krioelde van de kikkers, kon de kasteelheer soms moeilijk slapen van het nachtelijk gekwaak. Hij beval daarom enkele knechten om 's nachts met lange stokken in het water rondom het kasteel te roeren om de kikkers niet de kans te laten hun nachtelijk concert ten beste te geven.
Of de Kampenhoutenaren daardoor de bijnaam van "veurse-ruerders " kregen is mij echter onbekend, maar geef toe, deze naam zou niet misstaan.
Page created by: Erik Heymans (erik@highgate57.com) - Last Update: December 30, 2000